|
|
Werving online | Detachering onlinewerven doet u online. |
|
|
|
|

|
Het aantal personeelsadvertenties is in de eerste zes maanden van 2010 ten opzichte van dezelfde periode in 2009 gedaald met 29,2 pct tot ruim 291.800.
Dit is het vierde kwartaal op rij dat de daling van het aantal personeelsadvertenties verder afneemt, blijkt uit cijfers van Nielsen. Dat registreert de personeelsadvertenties in meer dan duizend Nederlandse media waaronder de landelijke en regionale dagbladen, vak- en managementbladen en de belangrijkste vacaturesites. Het hoogtepunt van de groei van het aantal personeelsadvertenties lag in het derde kwartaal van 2006 (48,1%). In het vierde kwartaal van 2006 zette de afname van de groei in, wat zich in het eerste kwartaal van 2008 vertaalde in een daling van het aantal personeelsadvertenties (-3,7%). In het tweede kwartaal van 2009 bereikte de daling zijn dieptepunt met 48,9 pct minder personeelsadvertenties. De daling liep vervolgens terug van -46,0 pct in het derde kwartaal naar -41,2 pct in het vierde kwartaal, gevolgd door -36,5 pct in het eerste kwartaal van 2010 en 20,4 pct in het tweede kwartaal. In april 2010 nam het aantal personeelsadvertenties af met 21,3 pct tot ruim 50.000, in mei liep de daling iets verder op tot 23,1 pct (bijna 46.000 advertenties) en juni is afgesloten met een daling van 17 pct, oftewel bijna 53.000 personeelsadvertenties. Hiermee lijkt de daling van het aantal personeelsadvertenties zich verder te stabiliseren.
Per mediumtype Van de in totaal 291.800 geregistreerde personeelsadvertenties, werden er in de periode januari – juni 2010 ruim 265.000 online geplaatst (een daling van 28,6%), bijna 18.000 personeelsadvertenties stonden in dagbladen (een daling van 22,8%) en ruim 7.000 in vak- en managementbladen (-48,2%). Ruim 1.200 personeelsadvertenties werden geplaatst in overige mediumtypen.
Marktaandelen Van de 291.800 geregistreerde personeelsadvertenties, werd 91 pct op internet geplaatst. In de eerste zes maanden van 2009 lag dit aandeel op 90,7 pct. Dagbladen winnen marktaandeel en komen uit op 6,2 pct, in de eerste zes maanden van 2009 was dit 5,4 pct. Vak- en managementbladen hebben wederom marktaandeel in moeten leveren en komen uit op 2,4 pct. Het marktaandeel van de overige mediumtypen is 0,4 pct.
Bron: HRnetwerk.nl |
|
Studenten en starters op de arbeidsmarkt maken geen gebruik van social mediabij het zoeken naar een baan. Dit blijkt uit onderzoek van ASA Student, het grootste studentenuitzendbureau van Nederland, gespecialiseerd in het uitzenden van HBO en WO studenten. In totaal gaven 200 studenten en starters antwoord op de vragen over de inzet van hun online netwerk. Ondanks de toename in het gebruik en de aandacht die social media krijgen, gaf 65 procent van de respondenten aan social media niet in te zetten bij hun zoektocht naar een baan.
Meer dan de helft van de studenten en starters denkt dat social media niet zullen helpen bij het vinden van een baan. 34 procent ziet zijn activiteiten op social media namelijk niet als werkgerelateerd en 23 procent ziet het alleen als een middel om gevonden te worden, niet om zelf op zoek te gaan. Slechts veertien procent zet social media in om te netwerken met potentiële nieuwe werkgevers.
Studenten en starters zijn zich wel bewust van de manier waarop ze online te vinden zijn en de invloed die social media hebben op hun banenkansen. 62 procent van de respondenten geeft aan rekening te houden met zijn online verschijning en past zijn profielen aan of schermt ze zelfs bewust af tijdens een periode van sollicitaties. Slechts vijf procent geeft aan dat het niet uitmaakt wat er online over hem of haar te vinden is.
Katinka Habermehl-Reuling, algemeen directeur van ASA Student: “Er wordt momenteel veel gesproken over social media, misschien zelfs wel meer dan het daadwerkelijk wordt gebruikt. Uit de resultaten van ons onderzoek blijkt in ieder geval dat onze doelgroep zich nog niet of nauwelijks bewust is van de extra kansen en netwerkmogelijkheden die social media kunnen bieden en het meer als een informeel privénetwerk ziet. Wij volgen de ontwikkelingen op het gebied van social media op de voet en zullen hier, passend bij de wensen van onze doelgroep, gericht op inspelen.”
Bron: HRnetwerk.nl |
|
Detachering is het uitlenen van werknemers aan een derde partij.
Tijdelijk personeel, via een detacherings- en/of uitzendbureau, wordt aangetrokken voor werkzaamheden die tijdelijk van aard zijn. Hierbij kunt u denken aan vervangen bij ziekte, zwangerschapsverlof en/of tijdens een drukke periode.
Leaufort biedt naast werving, selectie en executive search ook de mogelijkheid om door middel van detachering personeel tijdelijk werkzaam te laten zijn voor uw organisatie. Wilt u meer informatie over onze dienstverlening op gebied van o.a. detachering? Surf dan naar www.leaufort.nl. |
|
Twee op de drie werknemers is tevreden met zijn of haar baan, maar staat wel open voor iets nieuws als er een leuk aanbod voorbij komt. Werkgevers zouden daar beter op in kunnen spelen wanneer ze een vacature hebben.
Dat zegt Irena Petric op basis van het Nationaal Onderzoek Arbeidsmarkt (NOA) 2009.Uit de cijfers blijkt dat 12,5 procent van de mensen actief zoekt en 65,3 procent aangemerkt kan worden als latent werkzoekende. Voorzitter Irena Petric van Stichting NOA: ‘Volgens mij is die groep latente zoekers een onderschatte groep door werkgevers. Bedrijven richten zich in hun arbeidsmarktcommunicatie vooral op de werknemers die actief naar een nieuwe baan zoeken, terwijl er een enorm potentieel ligt bij de latente zoekers.’ Volgens Petric moeten de twee groepen wel op een andere manier benaderd worden. ‘Je moet dan zichtbaar zijn in media waar latente zoekers vaak in kijken, dagbladen bijvoorbeeld. Maar een algemeen advies is er niet te geven, dat hangt echt af van de functie en sector. In de onderzoeksresultaten kunnen werkgevers zelf relevante informatie vinden.’
Verschuiving door jongeren Een van de trends is de verschuiving van het gebruik van printmedia naar online media. ‘Je ziet dat werkenden zich voor 71,4 procent oriënteren via print, voor 67,4 procent op internet en voor 53,9 procent op basis van persoonlijke contacten. Voor studenten die bijna klaar zijn met hun studie liggen die cijfers op 82,1 procent (internet), 76,6 procent (persoonlijke contacten) en 75,1 procent (printmedia).’ Een flink verschil dus volgens Petric: ‘Het oriëntatiegedrag van jongeren verschilt behoorlijk, ze kiezen steeds meer voor online media en de sociale netwerken. Met het betreden van meer jongeren op de arbeidsmarkt, zal het zoekgedrag in de toekomst echt anders worden.’
Vrouwen Waarschijnlijk veranderen de oriëntatiemanieren ook met het betreden van meer vrouwen op de arbeidsmarkt. Uit het onderzoek blijkt dat momenteel maar liefst 58,5 procent van de studerenden vrouw is. ‘Werkgevers kunnen daar ook goed rekening mee houden in hun arbeidsmarktcommunicatie. Vrouwen gebruiken namelijk andere media, want waar mannen de voorkeur geven aan kranten, daar lezen vrouwen veel meer tijdschriften. Je hoeft niet meteen in de Libelle te adverteren, maar ga wel op zoek naar tijdschriften die meer vrouwen trekken als je deze doelgroep wil bereiken.’
Tevreden Uit het onderzoek blijkt verder dat 77 procent van de werknemers tevreden is over de huidige functie, terwijl 5 procent (zeer) ontevreden is. ‘Dat was te verwachten. Maar ik denk dat wanneer de economie weer aantrekt, mensen meer geneigd zijn om de mindere kanten in hun werk te zien en gaan zoeken naar een andere baan.’
Bron: P&O Actueel |
| Content RSS | Comments RSS |

